HET ONTSTAAN VAN DE EUROPESE UNIE
Eeuwenlang
was Europa het machtigste en het rijkste werelddeel. In de loop der tijden
werden in Europa veel oorlogen uitgevochten. De meest beruchte: de Eerste (1914
– 1918) en de Tweede Wereldoorlog (1940 – 1945).
Er vielen
miljoenen doden en ook de materiële schade was enorm. Europa was er slecht aan
toe.
Na de Tweede
Wereldoorlog hadden de Europese landen de behoefte zich te organiseren, om twee
redenen: ze wilden een volgende oorlog voorkomen en de verwoeste economie moest
worden opgebouwd.
Jean Monnet,
Frans zakenman en politiek adviseur, kreeg van president De Gaulle de opdracht
om de verouderde industrie te moderniseren. Hij komt met het idee om de
productie van kolen en staal te organiseren onder een Europese samenwerking.
Robert
Schuman, de Franse minister van buitenlandse zaken, vond dit een goed idee en
besprak dit met de Duitse Bondskanselier
Konrad Adenauer. Op 9 mei 1950 hield Schuman een toespraak in Parijs, waar hij
de andere Europese landen oproept om samen te werken. Als gevolg hiervan
tekenen zes landen (België, Nederland,
Luxemburg, Italië, Frankrijk en de Bondsrepubliek
Duitsland) het Verdrag van Parijs
(1951) en zo was de EGKS geboren: de Europese
Gemeenschap voor Kolen en Staal. Kolen, omdat dat de belangrijkste brandstof was,
en staal omdat daar wapens van gemaakt konden worden.
De Hoge
Autoriteit was het bestuursorgaan van de EGKS. De eerste voorzitter was Jean Monnet (1952 – 1955).
Omdat de
EGKS goed functioneerde, besloten de zes landen om nog meer samen te werken. Ze
ondertekenden in 1957 het Verdrag van Rome. Zo werd de EEG (Europese Economische
Gemeenschap) opgericht. Doel was om een economische samenwerking te organiseren
en een gemeenschappelijke markt te creëren. Door hetzelfde verdrag werd ook het
EURATOM (Europese Gemeenschap
voor Atoomenergie) opgericht.
Er bestaan nu
3 Europese organisaties: EGKS, EEG,
EURATOM.
De zes
landen van de EEG dreven volop handel met elkaar en werden welvarender. De
honger en de ellende van de oorlog waren vergeten. Het was zelfs ondenkbaar
geworden dat de vroegere vijanden Frankrijk en Duitsland nog ooit oorlog zouden
voeren. Andere landen zagen hoe succesvol de EEG was en zo kwamen er
stelselmatig nieuwe landen bij. In 1973 kwamen het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland bij de EEG. Nadien volgde een uitbreiding naar het zuiden
van Europa. Griekenland sloot in 1981
aan en in 1986 verwelkomde de EEG Spanje en Portugal.
Nog in 1986 wordt de Europese Akte ondertekend. Deze Europese Akte houdt in dat er vanaf
1993 een interne Europese markt is met vrij verkeer van goederen, diensten,
kapitaal en personen.
In 1992 werd het Verdrag van Maastricht ondertekend door de lidstaten. De Europese
Gemeenschap wordt de Europese Unie. De EU
doet inspanningen op monetair, politiek en veiligheidsgebied, en is er om haar
burgers te dienen. Met de grenzen en de douanediensten is het gedaan.
Er werd besloten tot het creëren van een gemeenschappelijke markt met één munt voor heel Europa en een Centrale Bank. Bovendien werd door dit verdrag een gemeenschappelijk buitenlands- en defensiebeleid opgezet. Verder wordt er afgesproken dat er door justitie en politie wordt samengewerkt tussen de Europese landen.
Er werd besloten tot het creëren van een gemeenschappelijke markt met één munt voor heel Europa en een Centrale Bank. Bovendien werd door dit verdrag een gemeenschappelijk buitenlands- en defensiebeleid opgezet. Verder wordt er afgesproken dat er door justitie en politie wordt samengewerkt tussen de Europese landen.
Er bleven
landen bijkomen. In 1995 was het de beurt aan Oostenrijk, Finland en Zweden.
Op 1
januari 2002 werd de EURO ingevoerd, een nieuwe
mijlpaal in de geschiedenis van de Europese Unie. De EURO werd ingevoerd in 12
EU-lidstaten: België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Italië, Duitsland,
Ierland, Griekenland, Spanje, Portugal, Oostenrijk en Finland. Dit noemen we de
Eurozone. Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Zweden verkozen om hun nationale
munt te blijven gebruiken.
In 2004
kwamen er maar liefst tien nieuwe lidstaten bij: Estland, Letland, Litouwen, Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije,
Slovenië, Malta en Cyprus. Het is
de eerste keer in de geschiedenis van de Europese samenwerking dat er in één
keer zo veel landen toetraden.
In 2007
volgen nog twee nieuwkomers: Roemenië en
Bulgarije.
Kroatië trad als recentste lid toe tot de
EU, namelijk in 2013.
Ondertussen
telt de Eurozone 18 landen. Slovenië, Cyprus, Malta, Slowakije, Estland en Letland gebruiken de
EURO als betalingsmiddel.
